een verrassend vraag

In mei 2010 stuurde Frans Voncken van het IKL Limburg aan het bestuur van de Loorenhof
een mail  door van een heer Willi Hennebrüder,
die voor de Bund für Umwelt und
Naturschutz
in Lemgo een databank van fruitsoorten (www.obstsortendatenbank.de)
onderhoudt en op zoek
was naar de herkomst van een oud appelras dat hij in Engeland
gevonden had en dat de naam Jansen von Welten draagt.

En inderdaad: in de meer dan 3500 fruitrassen omvattende Engelse National Fruit
Collection
zit,
als aanwinst 1947-259, een appel die Jansen von Welten heet en waarover vermeld wordt:

Raised by Jansen at Welten, near Aachen, Germany. Fruit was received by Diel,
a german pomologist in 1823. Fruits have fairy firm, fine flesh with a sweet,
aromatic, nutty flavour.

Er staat een foto van de appel bij:

Janssen von Welten staat er. Dat doet vermoeden dat het een Duitse appel is. Hennebrüder
vindt informatie over de herkomst van de appel in de pomologische handboeken uit de 19de
eeuw. Meer precies wordt daarin vermeld dat Welten "op drie uur gaans" van Aken ligt.
Hennebrüder denkt dat Welten bij Heerlen goed past in die beschrijving, maar zit met een
vermelding in het tijdschrift
Praktischer Ratgeber im Obst- und Gartenbau uit het jaar 1902
dat de
Jansen von Welten geen Hollandse maar een echt Duitse appel is. Maar in Duitsland
ligt nergens een Welten.

Bij de Loorenhof was men aangenaam verrast door dit bericht en twijfelde men er geen
moment aan dat de
Jansen van Welten wel degelijk uit Welten kwam. Een Welten dat
op 3 uur gaans van Aken ligt, kan alleen Welten bij Heerlen zijn.
Welten was tot voor kort een boerendorp was dat tot in zijn kern doordrongen was van
boomgaarden (zie luchtfoto). Welten was eens gekend vanwege het fruit, de Weltenaren
daarom ook als de vlaaivreters, een spotnaam die de carnavalsvereniging nu als een
geuzennaam voert. Dat de Jansen van Welten hier vandaan komt is dus helemaal geen
absurde veronderstelling. Wel is het vreemd dat de kennis van het bestaan van dit in de
pomologische literatuur ooit zeer geprezen ras in Welten blijkbaar helemaal verloren
gegaan is. Het is de vraag of na het rigoreus rooien van de Weltense boomgaarden hier
überhaupt nog ergens een
Jansen van Welten behouden is. Wij hebben er geen gevonden.

Op een door de RAF in 1944 gemaakte luchtfoto is te zien dat Welten toen praktisch
nog een lintdorp was (van bovenaf de Pijnsweg die overgaat in de Weltertuinstraat)
dat
omgeven was door boomgaarden. In de rechterbenedenhoek herkent men de
Weltervijver, iets links daarvan de kerk. (bron: Fotocollectie Rijckheyd)

Het mailtje uit Lemgo is daarom inspirerend nieuws. De vereniging De Loorenhof
heeft intussen het nodige gedaan om de Jansen van Welten terug te halen naar Welten.
Zij heeft twee boomkwekers gevonden die hem nog in hun assortiment hebben. Drie
bomen zijn besteld en, als alles goed gaat, kunnen die in het najaar van 2011
in de
boomgaard geplant kunnen worden.
We zullen de Jansen van Welten feestelijk onthalen. Want op grond van wat de
handboeken zeggen verdient de
Jansen van Welten zeker een plaats naast gekoesterd
cultureel erfgoed als het
Eijsdener en het Gronsvelder klumpke en de Reijmerstokker
kroonreinnete
. De pomologische literatuur spreekt immers over een "hochst schätzbare
Frucht" die de "häufigste Anpflanzung verdient." De boom "wächst gut, ist sehr fruchtbar,
nicht empfindlich und gedeiht in jedem Boden" en levert "ein schöner, köstlicher,
ansehnlich grosser, haltbarer Winterapfel."
Freiherr Ferdinand von Biedenfeld prijst de appel in zijn Handbuch aller bekannten Obstsorten vanwege zijn goede houdbaarheid en noemt het
een uitstekende appel voor tafel, huishouden en markt (Jena 1854, Band 2, pag. 168).
Eduard Lucas neemt hem in 1871 op in zijn Auswahl werthvoller Obstsorten.
1
Voor de waardering van de kwaliteit van de Jansen van Welten spreekt ook dat hij een
van de 224 appelrassen is (uit vele honderden) die opgenomen werd in Arnoldi's
Obstcabinet, een collectie van natuurgetrouwe porseleinen fruitmodellen.
2

Gezegd moet worden dat over de Jansen van Welten ook minder positieve oordelen
gegeven
werden. Zo vond  Samuel Berghuis in zijn De Nederlandsche Boomgaard
(Groningen 1868) de appel wel fraai maar niet voortreffelijk en niet algemeen aan te bevelen.
En Jan ten Doornkaat-Koopman was in zijn
Pomologische Notizen (Bremen 1870) veel
minder te spreken over de door Oberdieck e.a. zo geprezen
Jansen van Welten die
het bij hem in Ost Friesland niet goed wilde doen. Hij beleefde aan geen van de door
hem aangeplante bomen veel plezier. Zij groeiden weliswaar krachtig, maar
werden allen
aangetast door kankers en
droegen weinig vruchten die bovendien van matige kwaliteit waren.

de herkomst

Dat de Jansen van Welten uit Welten komt lijdt intussen geen twijfel meer. De vroegste
vermeldingen verwijzen er duidelijk naar. En ook de synoniemen voor de appel doen dat:
Reinette von Welten, Rosenapfel von Welten.

De oudste vermelding van de naam Jansen von Welten vinden we in het laatste deeltje
(1832) van de door
August Friedrich Adrian Diel (1756-1839) tussen 1799 en 1832
samengestelde
Versuch einer systematischen Beschreibung in Deutschland
vorhandener Kernobstsorten.
In 1829 had Diel in zijn
Systematisches Verzeichniß
der vorzüglichsten Deutschland vorhandenen Obstsorten (Erste Fortsetzung)
onder
de naam
Rothe Reinette von Welten melding gemaakt van een nieuwe mooie houdbare
tafelappel "erzogen von Jansen in Welten, und
Couronne des Pommes benannt."
In 1832 nu geeft Diel de appel de naam
Jansen von Welten en preciseert hij:

Herr Jansen in Welten, 3 Stunden von Aachen, ist der Erzieher dieser so schönen,
als vortrefflichen Frucht.

August Diel heeft het dus duidelijk over de heer Jansen in Welten. In een voetnoot
licht hij toe hoe hij aan de appel komt. In 1823 kreeg hij, via een heer J. Hamel in Keulen,
een ent van een heer J.G. Pfennings in Aken en in 1826 had Pfennings hem een kistje
van deze appels "vom allerersten Rang" toegestuurd.
3

De laatste twijfel over de herkomst van de Jansen van Welten wordt
weggenomen door een heel directe verwijzing naar de plaats van herkomst
in het boek Der niederrheinische Obstgarten uit 1844 van Carl Cornely,
burgemeester van Alsdorf, Herzogenrath en Rimburg, zelf verdienstelijk
pomoloog. Cornely schrijft:

Wir verdanken diesen köstlichen Apfel einen Landwirthen aus
dem Dorfe Welten bei Heerlen unweit von Aachen.

De naam Jansen von Welten is niet meteen door ieder pomoloog overgenomen. In
het Systematisches ausführliches Verzeichniss der vorzüglichsten in Deutschland
vorhandenen Obstsorten
van F.W. Witter (Celle 1833) wordt hij nog Rothe Reinette
von Welten
genoemd. In Samuel Berghuis' De Nederlandsche Boomgaard worden
de synomiemen Couronne des Pommes, Reinette van Welten en Rosenapfel van
Welten
nog vermeld.

Maar er speelt nog een ander verhaal rond de naam van Janssens appel.
In deel 7 van de Annales de Pomologie Belge et étranger van 1859 beschrijft Alfred
Loisel, een gerenommeerd pomoloog uit Valkenburg, die zelf meerdere appel- en
perenrassen heeft ontwikkeld, de Double Agathe: een appel die ongeveer 70 jaar
eerder als toevalszaailing
door een kweker in de buurt van Heerlen is gevonden.
Interessant is dat hij eraan toevoegt dat deze zeer geschikte appel zich niet snel
heeft kunnen verspreiden omdat de kweker niemand toestond stekken te nemen.
Pas na zijn dood is de teelt op gang kunnen komen.
4
Tien jaar later corrigeert Loisel zich en schrijft hij aan Oberdieck dat de Double Agathe
die hij beschreef, identiek is aan de appel die als Jansen von Welten te boek staat.
In die correspondentie wordt vermeld dat rector Stassen van Welten liet weten
dat de Jansen von Welten in Welten gewoonlijk Aagje of Dubbele Aagje genoemd
werd.
5
We mogen uit deze gegevens in elk geval afleiden dat de Jansen van Welten vele jaren
ouder is dan zijn naam en dat hij in Welten als Aagje of dubbel Aagje (Loisels
double Agathe) gekend werd. Het is door Diel dat hij de pomologische literatuur
inging als de Jansen von Welten.

de afbeeldingen

Een eerste afbeelding van de appel vinden we in het tweede deel (1837) van Johann,
Freiherr von Aehrenthals
Deutschlands Kernobstsorten – dargestellt in Abbildungen
nach der Natur,
3 Bände, Leitmeritz 1833-1842.

De later verschijnende platen geven een iets ander beeld. In het door
Christian Eduard Langethal uitgegeven
Deutsches Obstcabinet in
naturgetreuen fein colorirten Abbildungen zu Dittrich’s
systematischem Handbuch der Obstkunde
(Jena 1853-1862)
ziet hij als volgt uit

De afbeelding in de Deutsche Pomologie van Wilhelm Lauche
(
Berlin 1882-1883) komt daarmee overeen:

Zo ook de afbeelding in De Nederlandsche Boomgaard van
Samuel Berghuis (1868) :

Het 'natuurgetrouwe' porseleinen model in Arnoldi's Obstcabinet geeft
de Jansen van Welten een meer rode schil:

Oberdieck tekent daarbij in 1868 aan dat hiervoor een in het zuiden
gegroeide appel model gestaan
moet hebben, want in het noorden
zijn zij meer gestreept en minder rood.

En dan is er nog de afbeelding die Alfred Loisel in 1868 van de Double Agathe
geeft, die dus bij nader
inzien ook de Jansen van Welten is, maar die
er toch weer anders uitziet:

de naamgever

Afgaande op de informatie die Alfred Loisel ons geeft moet de Jansen van Welten
dus al rond 1790 ontdekt en ontwikkeld zijn. Is nog te achterhalen wie die "obteneur
jaloux", die begerige kweker, was die de verspreiding van zijn vondst tegenhield?
Wie was die "Herr Jansen in Welten" wiens naam aan de appel verbonden is?
Het gegeven dat de verspreiding van de appel pas in de 20er jaren van de 19de
eeuw op gang komt, doet denken dat de betreffende Janssen rond 1820 gestorven
moet zijn.

In eerste instantie lijkt het onbegonnen werk tussen de vele Jans(s)ens die in
deze contreien leefden nu nog de ware te zoeken. Maar met de gegevens uit
het Bevolkingsregister van Heerlen (1826), de Perceelsgewijze Kadasterlegger
van Grondeigenaren (1840), de Kadastrale Minutekaarten 1811-1832, de Notariële
Archieven en, niet te vergeten, de Genealogische Database van zo'n 1200 Jansens
en Janssens die de nazaten hebben samengesteld (www.alexander.nl) kan het
aantal gegadigden voor het auteurschap toch sterk ingeperkt worden. Er blijft
uiteindelijk maar een enkele familie Janssen
als kandidaat over in Welten dat in die tijd
niet meer dan zo'n 300 zielen, volwassenen en kinderen, telde.
6 Dat wil overigens niet
wil heten dat het niet alsnog een heel gedoe is om uit de vele Janssens met steeds weer
dezelfde voornamen wijs te worden.

Uit de Bevolkingslijsten en Kadastrale gegevens blijkt dat in de periode waarin we
de oorsprong van de
Jansen van Welten moeten zoeken, de familie Janssen in Welten
op drie hoeves actief is. In 1809 staat een hoeve op naam van (Johannes) Theodorus
Janssen (1744-1809)
. Zij gaat na diens dood over op zijn weduwe Maria Gertudis
Pluymaekers (1762-1848). Een tweede staat op naam van zijn broer Alexander Janssen
(1752-1819) en gaat over op zijn zoon Jan Theodoor Janssen (1781-1845). De derde
hoeve is eigendom van hun achterneef Johannes Henricus Janssen (1778- ?) en zijn companen
Jan Willem Janssen en Joseph Hubert Janssen. Een overzicht van de relaties tussen deze
Janssens geeft onderstaand schema.

De kadastrale kaart van 1822 laat zien dat de hoeve van (de weduwe van)
Theodorus Janssen gelegen was "in de Smits", op de driesprong waar Pijnsweg,
Weltertuinstraat en Smitsstraat (toen "het Straatje") bij elkaar komen.
In onderstaande tabel zijn de percelen opgesomd die de weduwe in Welten bezat.
De familie bezat verder nog meer dan 300 roeden8 bouwland ten zuidwesten van de
dorpskern en in Kunrade (in het Welterveld, de Welterberg, het Heerleveld,
de Schillingsvaart, de Roosenkleef). De onderstaande uitsnede van de kadasterkaart
van Heerlen van 1822 (minuutplan sectie E, blad 4) zijn de in Welten gelegen
percelen geel gemarkeerd. Te zien is dat de Janssens enkele grotere
boomgaarden bezaten (totaal 108 roeden, iets meer dus dan een hectare). Als we
ervan uitgaan dat de bomen op 10 meter van elkaar geplant waren, kunnen dat toch
in de buurt van 80 tot 100 bomen geweest zijn. De fruitteelt moet derhalve een
belangrijk aandeel in hun bedrijfsvoering gehad hebben. Toch is het, geletopde ruime
tijdspanne tussen zijn overlijden en het op gang komen van de verspreiding van
de Jansen van Welten, niet zo waarschijnlijk dat Theodoor de Jansen van Welten
ontdekt heeft en vervolgens de verspreiding ervan heeft tegengehouden.


perceel   soort eigendom    lokatie                                       grootte (in roeden + ellen)

719           hooiland                de Oorbeemden                            26.10
720           weiland                 de Kerkweiden                               13.30
724           tuin                       de Kerkweiden                                3.10
725           bakhuis                 de Kerkweiden
726           boomgaard            de Kerkweiden                              54.30
731           boomgaard            de Kerkweiden                               8.40
898           bouwland               in de Kommert                              14.00
907           bouwland               de Welterthun                              11.35
1003         boomgaard             Welten dorp                                 26.40
1030         boomgaard             in de Smits                                   18.90
1031         huis en plaats          in de Smits
1056         bouwland               Panhuisveldje                              21.50 *)
1076         bouwland               Panhuisveldje                              29.60 *)
1176         tuin                         in de Pijn                                      5.75
1177         boomgaard             in de Pijn                                     35.90**)
1178         hakhout                  in de Pijn                                       3.33**)


*)   : niet in kaart ingetekend
**) : op naam van zoon Jan Hendrik c.s. (1/4 deel van Jan Hendrik)


Blad E4 van de minuutkaart van Welten. Geel ingetekend: de percelen in Welten
van de weduwe Theodorus Janssen en zoon Jan Hendrik. Groen: de percelen van
Hendrik Janssen en consorten.

Wie na het overlijden van Theodorus in 1809 de hoeve bestierde is onduidelijk.
Zijn enige zoon Johannes Henricus (Jan Hendrik) zal het niet geweest zijn:
die was 7 jaar toen zijn vader stierf. Mogelijk dat Theodorus' broer Alexander
Janssen
en/of diens enige zoon Johannes Theodorus Janssen daarin betrokken waren.
Maar evengoed kan de weduwe zelf het regiem over huis en hof gevoerd hebben.
Waarschijnlijk heeft
Jan Hendrik later de leiding op de hoeve "in de Smits"
overgenomen. Hij trouwde
op 15 mei 1829 met Johanna Maria Josepha Gielenkercken
(1801
1853). Uit dit huwelijk werden 10 kinderen geboren waarvan slechts vijf meisjes
de volwassen leeftijd bereikten.

Kennelijk heeft zijn weduwe het bedrijf na zijn dood voortgezet.
Uit het Bevolkingsregister van 1850/55 blijkt dat zij met haar dochters op
de hoeve woont. Er wonen dan ook twee ongehuwde broers van haar in.
Als na haar dood tot deling en verkoop van de bezittingen van de nog op naam van
weduwe Theodoor Janssen staande bezittingen wordt overgegaan
, erven de
dochters van
Jan Hendrik aanzienlijke percelen van de hoeve "in de Smits."
De andere partij in de verdeling is de familie van de twee echtgenoten van
Jan Hendriks zus Anna Margaretha (1794
1847). Zij was in september 1818
getrouwd met haar achterneef Alexander Hubert Hendrik Savelberg (1787
1822)
en na diens vroege dood met een andere achterneef uit de Savelbergfamilie,

de smid Jan Savelberg (1788
1842). De langs verschillende lijnen aan de Janssens
gelieerde familie Savelberg
8 bezat "in de Smits" de hoeve (minuutplan perceel 1032)
die tegen die van de Janssens aanlag. Daarnaast bezat de familie Savelberg de
hoeve "de Mullender" (minuutplan perceel 838) en
de hoeve "aan het Gierlook"
(minuutplan perceel 931) aan de Weltertuinstraat
. Daar woonden Alexander Savelberg
en Anna Margaretha Janssen gepacht. Zij heeft er waarschijnlijk ook met haar tweede
man Jan Savelberg gewoond: uit het bevolkingsregister van 1850/55 blijkt dat
hun kinderen, waarvan dan alleen de oudste
getrouwd is, op die hoeve wonen.


Hoeve "het Gierlook" aan de Weltertuinstraat in 1964 (bron fotocollectie Rijckheyd)

De tweede familie Janssen die in de betreffende jaren als landbouwers in Welten te boek
staat zijn Alexander Janssen (1752−1819) en zijn zoon Johan Theodoor (1781−1845).

Johan Theodoor trouwde in april 1800 met Maria Magdalena Savelberg (1779-1820) en
woonde blijkens de Bevolkingslijst van 1809 met haar aan de Weltertuinstraat
(minuutplan perceel 865?). Zijn vader, al sinds 1782 weduwnaar, woonde bij hem in.
Gelet op zijn overlijdensdatum zou hij de gezochte kweker kunnen zijn.
Daartegen spreekt dat uit de "Memorie van Nalatenschap", waarin de onroerende
goederen opgesomd worden die Johan Theodoor
van zijn vader
erft, blijkt dat zij
vooral akkerland bezaten: in Welten 76,36 roeden en in de gemeente Voerendaal
238,37 roeden. Boomgaarden waren daar niet bij.

Dat sluit niet uit dat Alexander en Johan Theodoor toch met de Jansen van Welten van
doen gehad hebben. Bv. in coöperatie met het bedrijf van zijn broer Theodoor.
Of Johan Theodoor na de dood van zijn vader zelfstandig is gaan boeren op de
percelen die hij erfde is niet duidelijk. Het lijkt erop dat hij meteen delen ervan verkoopt
of verpacht. In de Tafel van Grondeigenaren van 1840 van de gemeente Voerendaal
komt hij niet als grondeigenaar voor.
Maar wat hij precies
deed weten we niet. In Bevolkinglijsten en notariële akten wordt hij
aangeduid als landbouwer (1809, 1824, 1825), koster in Welten (1819), werkman (1826)
of dagloner (1845). Behalve in Welten heeft hij ook in Wijnandsrade en Frelenberg
(bij Ubach Palenberg) gewoond.

De derde Janssen die in die jaren als landbouwer actief is, is (Jan) Hendrik Janssen
(1778-?), zoon van Godfried Willem Janssen en Maria Houben.
Deze trouwde in 1805 met Jeanne Maria Mulders. Volgens de Bevolkingslijsten
van 1805 en 1809 woonde hij met vrouw en kind in een huis aan de Weltertuinstraat

(minuutplan perceel 864).
Op eigen naam bezat Hendrik Janssen in Voerendaal enkel
akkerland (177.90 roeden). Samen met zijn
consorten Jan Willem Janssen, herbergier
in Heerlen, en Joseph Hubert Janssen
,
10 bezat hij in Welten drie huizen met erf,
boomgaarden, bouwland, enz. In onderstaande tabel zijn die bezittingen
in Welten opgesomd. Op de kaart zijn deze percelen groen gemarkeerd.
Er zitten 73 roeden boomgaard bij, goed voor zo'n 70 tot 80 bomen.


perceel         soort eigendom         lokatie                          grootte (in roeden + ellen)

850                boomgaard                in de Kommert                   31.50
854                boomgaard                in de Kommert                   06.00

863                tuin                           in de Kommert                    00.60
864                huis en plaats             in de Kommert
865                huis en plaats             in de Kommert
868                bouwland                  in de Kommert                    13.10
870                tuin                           in de Kommert                    03.50
954                boomgaard                Welten dorp                      13.70
957                tuin                           Welten dorp                       00.85
987                tuin                           Welten dorp
*)
988                huis en plaats             Welten dorp *)
732                boomgaard                Kerkweiden                       21.50

*) in 1845 gekocht van de dagloner Theodorus Janssen.


conclusie

Samenvattend kan gesteld worden dat de Jansen van Welten wel degelijk uit Welten
afkomstig is en daar in een van de boomgaarden van de Janssens gevonden werd en
tot ontwikkeling gebracht. Lokaal was hij als Aagje of dubbele Aagje gekend.
In de pomologie heeft zich evenwel de naam Jansen van Welten doorgezet.
En omdat hij naar de kweker genoemd is, zou hij eigenlijk Janssen van Welten
moeten heten.

We weten, dank zij Loisel, dat het een toevalszaailing van het ras Agatha
was die al vóór 1800 gevonden werd en dat de verspreiding ervan pas na
de dood van de vinder op gang kon komen.

Wie van de drie in aanmerking komende Janssens die starre kweker was
die de verspreiding zo lang heeft opgehouden, kunnen we niet met zekerheid
zeggen. Alexander zou, gezien de datum van zijn overlijden, een goede
kandidaat zijn. Het bedrijf van zijn broer Theodoor was evenwel het meest
op de fruitteelt gericht. Maar het is ook niet uitgesloten dat de appel
voortgekomen is uit de boomgaarden die Hendrik Janssen en zijn consorten
erop nahielden.

Met zekerheid kunnen we dus niets zeggen. En de kans dat we nog een document
vinden waaruit een eenduidige verwijzing naar de persoon van de kweker wordt
aangetroffen is niet groot. Maar dat alles doet er ook niet zo veel toe. Dat de
Janssen van Welten alias het dubbele Aagje uit Welten stamt valt in ieder geval
niet te betwijfelen. We zullen hem daarom als een deel van Weltens erfgoed in
de Loorenhof gaan koesteren en, wie weet, van hieruit aan een tweede carrière helpen.

wim thijssen.

Luchtopname van Welten uit 1947. Op de voorgrond de Pijnsweg. Op de hoek waar de
Weltertuinstraat
erop uitkomt lagen de in de tekst genoemde hoeven van de families
Janssen en Savelberg. De hoeve van
de Janssens werd in 1852 herbouwd.
(bron: fotocollectie Rijckheyd)


1 zie: A.F.A. Diel Versuch einer systematischen Beschreibung der vorzüglichsten
in Deutschland vorhandener Kernobstsorten.
6. Bändchen Aepfel und Birnen.
Stuttgart undTübingen 1832; F. Jahn, E. Lucas und J.G.C. Oberdieck
Illustriertes Handbuch der Obstkunde.
Band I. Aepfel. Stuttgart 1859;
W. Lauche
Deutsche Pomologie. Band I.Aepfel. Berlin 1882;
S. Berghuis
De Nederlandsche Boomgaard. Deel I. Groningen 1868;
E. Lucas Auswahl werthvoller Obstsorten - nebst kurzer Angabe ihrer Merkmale
und Cultur.
Band I Tafeläpfel. Ravenburg 1871.

2 De koopman en porseleinfabrikant Heinrich Arnoldi (18131885) liet de modellen
maken vanaf 1856. Het model van de Jansen van Welten moet dus vrij vroeg
gemaakt zijn want het wordt in 1862 genoemd in de lijst van tot dusver geproduceerde
modellen in het Monatsschrift für Pomologie und praktischer Obstbau (p.190).

3 Deze Hamel vinden we elders in Diehl terug als "J. Hamel "Kunstgärtner in Cöln."
De naam Couronne des Pommes, die Diehl ook in 1829 noemde, was door Pfennings gegeven.
Die
naam heeft geen ingang gevonden voor de appel, wel voor een appeldessert!

4 (p. 23-24). Hetzelfde was al in 1850 was in het Journal d'Horticulture pratique
de la belgique (Volume 7,
p. 251) door Loisel bekend gemaakt: de appel was
meer dan 60 jaar geleden door een Limburgse boer verkregen
uit een zaailing van het ras
Agathe,maar werd pas sinds enkele jaren verspreid.

5Illustrirte Monatshefte für Obst- und Weinbau. V.Jahrgang, 1869, p.265. Het gekke is dat
de beschrijvingen die van de Dubbele Agathe in de pomologische literatuur te vinden zijn
er niet op wijzen dat het over dezelfde appel als de Jansen von Welten gaat.

6 Bij de volkstelling van 1796 leefden in Welten 119 volwassenen en 168 kinderen.
Zie: Jo Fox,
Welten-Benzenrade vroeger ... (2006). Op de bevolkingslijst van
1809 staan 250 namen.

7 Zijn eerste doopnaam Johannes werd in de stukken in het kadaster
en in notariële akten niet gebruikt. De precieze data van geboorte of doop
en overlijden van de in de tekst genoemde familieleden zijn in het schema vermeld.

8 In de Franse tijd werd in de Nederlanden het metrieke stelsel ingevoerd.
Als lengtemaat is een roede in dit stelsel 10 meter, als oppervlaktemaat is
een (vierkante) roede een are, dus 100 m
2.

9 De familienaam Savelberg wordt niet altijd hetzelfde geschreven.
Zelfs broers hanteren verschillende versies van hun naam.
De meesten schrijven Savelberg, anderen Savelsberg, Savelbergh.
of Savelsbergh.

10 Een Joseph Hubert kan niet getraceerd worden. Mogelijk dat Hubert
Joseph Janssen (18111867), zoon van Jan Hendriks neef Johannes
Theodorus Janssen en Maria Magdalena Savelberg bedoeld is.

TERUG