(bron: brochure Hoogstamboomgaarden. Een praktische gids (2003). Een uitgave van Regionaal Landschap Groene Corridor en Regionaal Landschap Dijleland i.s.m. de belgische Nationale Boomgaardenstichting. Deze zeer informatieve brochure is gratis te downloaden als pdf: zie http://www.rlzh.be/publicaties/brochures

1. Groot. Er is een positieve relatie tussen het aantal wilde dier- en plantensoorten en de oppervlakte van de boomgaard. Vanaf 100 bomen tot 300 bomen en meer kan je het maximum aantal soorten verwachten.

2. Soortenrijk. Waardevolle hoogstamboomgaarden bevatten meerdere fruitsoorten, met een overwicht van appelbomen en perenbomen (holtes, valfruit in de winter).

3. Ruim plantverband. Zo kan plaatselijk de zon ook de bodem bereiken. Toch moet het aantal bomen per hectare minstens 20 zijn, omdat anders het karakter van een besloten landschap onvoldoende groot is en de schade aan de bomen door té intensieve betreding door vee voor beschutting en als schuurpaal te groot wordt.

4. Structuurrijk. De ideale boomgaard bevat vele kleine landschapselementen zoals hagen, houtkanten, braamstruweel, ruige hoekjes en poelen. Een haag is interessant voor soorten als Geelgors, Zwartkop, Merel, Fazant, Tuinfluiter, Heggenmus, Winterkoning, Kneu, …
Ook het behoud van een wat ruige zoomvegetatie bevordert om tal van redenen sterk het belang van een hoogstamboomgaard voor dieren.

5. Rijk aan dood hout. O.a. in de vorm van (snoei)houtstapels en houten (niet behandelde) weipalen; heel wat waardevolle plantjes, zwammen en klein dierenleven doen er hun voordeel mee.

6. Biocidenvrij. De boomgaard wordt niet met onkruidverdelgers en insecticiden behandeld of te zwaar bemest. Noodzakelijk om een rijke variatie aan planten en dieren in de boomgaard te herbergen.

7. Extensief beweid. Beweide hoogstamboomgaarden zijn het waardevolst voor vogels omdat mest en vee voor veel insecten zorgen en omdat kort gras het foerageren op bodeminsecten en wormen sterk vergemakkelijkt. Paarden zouden negatiever zijn dan ander vee, omdat ze zich te onstuimig gedragen. Schapen zijn het best, omdat ze het minst bodemverdichting veroorzaken.

8. Aanwezigheid van nestkasten. Omdat gemiddeld slechts 1% van alle hoogstambomen een geschikte nestholte voor de Steenuil bevat, kunnen nestkasten het nestaanbod drastisch doen stijgen.

9. Inplanting. In ruimer verband gelegen in een halfopen landschap met bos, hooiland of weiland.

10. Vrij om oud te worden. Vanaf 30 – 40 jaar ontstaan pas holtes. Zo stijgt het aantal holtes vanaf een stamomtrek van 90 cm erg snel. Geen enkele boomsoort geeft overigens zo snel geschikte holtes als hoogstam appel- en perenbomen. Ook voor insecten als oorwormen en Hoornaar en voor (vleer-)muizen en zelfs de Steenmarter zijn holtes erg waardevol.