Monilia en Woelrat hebben flink huisgehouden in de Lorenhof. De bomen die verloren gegaan zijn:

van de kersen - door infectie met Monilia:

I-3:     Bruine vleeskers
P-4:    Koningskers
Q-4:    Bigarreau Napoleon
W-1:   Witte Bigarreau

dat betekent dat we 4 van de 9 kersenbomen hebben moeten rooien.

En het ziet ernaar uit dat de op D-6 staande majestueuze Koningskers
en de boterkers op W-3 eveneens door Monilia aangetast zijn.

op de foto: een aangetaste tak van de boterkers

Daarenboven zijn ook drie jonge morellenboompjes, die bij de volktuinen
stonden, gesneuveld.

Van de pruimen zijn - ten gevolge van de vraat door woelratten - verloren
ggegaan:

A-4: Monsieur hatif
K-3: Valor
L-4: Hauszwetsche
M-4: President

Het verlies roept natuurlijk de vraag op of en hoe we dit soort tegenslagen kunnen voorkomen.
We luisteren graag naar wat de literatuur en mensen uit het veld ons raden. maar zelden zijn de
meningen en adviezen eensluidend! Het blijft proberen, het een doen en het ander niet laten,
en hopen op positief effect.

Een op allerlei aspecten van het onderhoud van de fruitboomgaard zeer nuttige webpage
is door het BIOkybernetisches Zentrum  AaChen (= BIOZAC) samengesteld:
http://www.biozac.de/biozac/europom/europ_f.htm

Over de woelrat (Arvicola terristris. In Duitsland 'Schermaus' of 'Wühlmaus'. De volgende foto's
tonen het beestje, zijn indrukwekkende knaagtanden en de schade die ermee wordt aangericht)

Op de website van BIOZAc lees je over de bestrijding ervan het volgende:

In der Frage des Wühlmausschutzes gehen die Meinungen der Praktiker weit auseinander.
Zunächst ist zu klären, ob auf der Fläche Wühlmäuse tatsächlich ein Problem sind oder nicht.
Beweidete Flächen haben erfahrungsgemäß einen geringeren Wühlmausdruck als nicht von
Tieren bestoßene Wiesen. Ansitzstangen für Greifvögel (Julen) und angelegte Steinhaufen,
die als Behausung für Wiesel dienen, können das Wühlmausproblem auf ein erträgliches Maß
reduzieren.
Im Bedarfsfall können auch Wühlmausfallen zum Einsatz kommen. Die Frage ist also, ob, um
die Wurzeln zu schützen, Drahtkörbe eingegraben werden müssen. Bodenbearbeitung mit
der Fräse und Schleppen der Wiese im Frühjahr sind ohne Drahtkörbe ungehindert möglich.
Sind Körbe erforderlich, so verwendet man sog. Kaninchendraht der Lochweite 13-16 mm
und schneidet diesen auf etwa 1,25 x 1 m große Stücke, mit denen die Pflanzgruben
ausgekleidet werden. Der Draht wird mit Erde überdeckt und der Baum in diesen Käfig
gepflanzt (Veredlungsstelle über Erdniveau!). Der Käfig wird mit Erde gefüllt bis die Wurzeln
bedeckt sind und der Draht um den Stammansatz geschlossen werden kann. Dies ist
erforderlich, damit die Wühlmäuse nicht von oben in den Korb eindringen können.
Eine andere Möglichkeit ist, den Draht kreisrund um den Wurzelballen bis auf 60 cm
Tiefe einzugraben (so tief wühlt keine Maus) und oben um den Stamm zu schließen.
Egal welcher Methode man den Vorzug gibt, beides ist sehr mühsam. Weitere
Entscheidungen sind gefordert in der Frage, ob verzinkter oder unverzinkter Draht
verwendet werden soll. Unverzinkter Draht, den es fast nicht mehr zu kaufen gibt,
wird in feuchten und sauren Böden sehr schnell (schon nach einem Jahr) löchrig und
verrottet. Etwas länger hält er in trockenen und kalkigen Böden. Verzinkter Draht hält
deutlich länger, kann aber u.U. die Wurzeln des wachsenden Baumes einschnüren.

Een informatieve website is door de Belgische Boomgaard Langeveld opgezet:
http://www.hoogstamboomgaard.be/index.html
Daar staat over het voorkomen van schade door muizen:

Bij het voorkomen van grootschalige muizenschade is het van belang er voor te zorgen
dat er geen geschikte leefomgeving voor de muizen aanwezig is. De vegetatie van
bermen en andere gronden in de directe omgeving van de aanplant mag niet te ruig
worden, anders worden dit potentiële bronnen voor een plaag. De boompjes zelf
moeten niet in bestaande vegetatie, maar in geploegde grond worden geplant.
Bij voorkeur moet de grond om de aanplant heen een aantal jaren zwart worden
gehouden. Muizen hebben een grote weerstand om over onbegroeid terrein te lopen.
Verder is het belangrijk om de vestiging van natuurlijke vijanden te bevorderen.
Torenvalken en uilen kunnen worden aangetrokken door het plaatsen van nestkasten.
Door zitstokken in het jonge bos te zetten, worden ook andere roofvogels aangetrokken.
Bovendien worden muizen bejaagd door reigers, kraaien, meeuwen en eksters en diverse
kleine roofdieren, zoals de vos en de wezel. Sommige roofdieren stellen zich in op
muizenplagen. Velduilen bijvoorbeeld, groeperen en broeden vaak op plaatsen waar veel
woelmuizen aanwezig zijn. Chemische bestrijding is vaak zinloos, omdat bij de constatering
van schade de muizenpopulatie al sterk is afgenomen. Bovendien kan deze vorm van
bestrijding schadelijk zijn voor de natuurlijke vijanden van de muis.

Veel meer informatie over ziekten en plagen en de bestrijding ervan is te vinden op tal van websites.
Over de effectiviteit van de aanbevelingen lopen de meningen flink uiteen!  
We gaan proberen de natuurlijke vijanden in te schakelen: deze bv.